Nieuwsbrief Adviesraden

Ξ Gastcolumn

Voorzitter ACVZ - mr. Koos Richelle

Never waste a good crisis

Migratie is van alle tijden en er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat dat in de toekomst anders zou zijn. Meer dan negentig procent van de wereldwijde migratie ontrolt zich buiten Nederland en buiten Europa. Maar zo af en toe, grofweg eens in de tien jaar, krijgt ook ons continent, ons land, te maken met een plotseling hoge instroom van een bepaald soort migranten, te weten vluchtelingen/ asielzoekers. De andere vormen van migratie, met name in het kader van arbeid, onderwijs en gezinsvorming, kennen een veel gelijkmatiger verloop en spelen zich af binnen reguliere kaders.

De ervaring leert dat elke onverwacht hoge instroom van asielzoekers/vluchtelingen telkens weer leidt tot een crisissfeer met stereotypisch verloop. De meest recente hoge instroom van 2015/2016 heeft eenzelfde beeld laten zien. In retrospectief – en indachtig het adagium ‘never waste a good crisis’ – dringt zich de vraag op of het mogelijk is om als samenleving lessen te trekken uit de recente ervaringen, om te voorkomen dat we bij een volgende hoge instroom weer in een crisissituatie met hoge politieke en maatschappelijke kosten verzeild raken. Bij voorgaande vergelijkbare crises is verzuimd daaraan op systematische wijze beleidsconsequenties te verbinden. Mede daardoor laat elke piek in de toestroom van vluchtelingen/asielzoekers een welhaast vermoeiende repetitie zien van grote politieke en publicitaire drukte, verzuring van de bestuurlijke verhoudingen tussen overheden en – mede onder de toenemende invloed van ongebreidelde sociale media – hevige sentimenten onder de bevolking. 

Natuurlijk doen alle betrokken instanties en individuen bij elke piek in de instroom hun uiterste best om hun eigen verantwoordelijkheden zo goed mogelijk waar te maken. Maar in de harde werkelijkheid is het niet de input waarop men wordt afgerekend, maar de output. Die liet geruime tijd op zich wachten.

De situatie verbeterde (de politieke Turkije-deal terzijde latend) pas na het besluit om op alle niveaus (politiek, bestuurlijk, ambtelijk) een heldere coördinatiestructuur met centrale aansturing in het leven te roepen. Binnen die structuur werkten alle betrokken diensten samen en vanuit die structuur werden ook contacten onderhouden met maatschappelijke organisaties. Maar belangrijker nog dan samenwerking op zich was het besef dat het vluchtelingenvraagstuk niet allereerst of voornamelijk een kwestie is van opvang. Een wezenlijke, structurele aanpak van het vluchtelingenvraagstuk vraagt om een echte ketenbenadering:

  • De vroegtijdige detectie van brandhaarden die tot vluchtelingenstromen kunnen leiden;
  • Het tijdig bijdragen aan de organisatie/intensivering van kwalitatief adequate opvang in de regio;
  • Het tijdig bijdragen aan de opschaling/intensivering van de bewaking van de EU-buitengrenzen;
  • Het tijdig regelen van opschaling van opvangcapaciteit;
  • Het tijdig opschalen van de verwerkingscapaciteit van asielaanvragen;
  • Het voor kansrijken in procedure en a fortiori voor statushouders bevorderen van zo snel mogelijk volwaardige deelname aan de samenleving.

Bij een dergelijke ketenbenadering zijn vele departementen (AZ, BZ, OS, VenJ, BZK, SZW, VWS, OCW) en de andere overheden betrokken. Elk van hen beheert een stukje van de keten. Onze bestuurlijke organisatievormen en werkwijzen leiden er niet automatisch toe dat er bij complexe problemen een soepele estafette plaatsvindt. Vandaar dat een coördinatiestructuur onontbeerlijk is. Het verdient aanbeveling de thans gecreëerde succesvolle structuur, op zijn minst in een waakvlamconstructie, te laten voortbestaan. 

De ketenbenadering zou ook een bron van inspiratie moeten zijn voor het werk van de adviescolleges die zijn verbonden aan de bij de keten betrokken departementen. Het zou beslist meerwaarde hebben als ook zij – zeker op het complexe terrein van de vluchtelingen/asielzoekers – met behoud van eigen specificiteit samenwerking (blijven) zoeken en werkprogramma’s op elkaar afstemmen. 

Hoewel de politieke en publicitaire aandacht zich op dit moment voornamelijk richt op het beperken en verwerken van de stroom vluchtelingen/asielzoekers, zijn ook standpunten en vragen te horen die te maken hebben met het bredere migratiebegrip. Het gaat dan bijvoorbeeld over het kopiëren of nabootsen van ‘het Canadese’ of ‘het Australische’ migratieregime, het creëren van ‘adequate opvang in de regio’, het creëren van ‘veilige routes’, het verbeteren van het functioneren van het systeem van vrij verkeer van personen binnen de EU en in brede zin om het koppelen van migratie aan arbeidsmarktbehoeften en demografische ontwikkelingen. Kortom: een samenhangend en expliciet migratiebeleid. Een interessante materie, zeker in een tijd waarin ons land staat voor de formulering van het beleid voor de komende vier jaren.

Terug naar overzicht

Nieuwsbrief Adviesraden