Wat zijn de gevolgen van de Omgevingswet voor toezicht en handhaving? Wat is er nodig om ongewenste gevolgen te voorkomen, te beperken of te herstellen? En wie is daarbij aan zet?
Een nieuwe benadering die uitgaat van vertrouwen, maar waarbij er ook snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is
De Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, vormt het juridisch kader waarbinnen bedrijven, burgers en overheden een goede balans moeten vinden tussen het beschermen en benutten van de leefomgeving. De wet beoogt een paradigmawisseling: een nieuwe benadering die uitgaat van vertrouwen, maar waarbij er ook snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is. Toezicht en handhaving hebben daarin een belangrijke rol.
Advies: toezicht met vertrouwen
Vanuit de praktijk klinken er signalen dat de Omgevingswet belemmeringen oplevert voor effectief toezicht houden en handhaven. Er zijn zorgen over versnippering van informatie, onduidelijkheid over zorgplichten en minder controle vooraf. In dit advies heeft de Rli deze signalen nader onderzocht met als adviesvraag: Wat zijn de gevolgen van de Omgevingswet voor toezicht en handhaving? Wat is er nodig om ongewenste gevolgen te voorkomen, te beperken of te herstellen? En wie is daarbij aan zet?
Op de persfoto: V.l.n.r. Jan Jacob van Dijk, Rli-raadsvoorzitter, Annet Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Elanor Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Hanna Tolsma, Rli-raadslid en voorzitter commissie.






