Nederland doet zichzelf tekort door het potentieel aan talenten onder migranten niet méér te benutten. Het gaat om zo’n 330.000 personen die extra zouden kunnen werken.
Er is een groot onbenut arbeidspotentieel onder gezinsmigranten van zo’n 100.000 personen.
Dat vraagt om actie. Van het Rijk om te investeren in taalles voor migranten die de Nederlandse taal graag willen leren. Van gemeenten om ook migranten zonder uitkering in beeld te krijgen en hen te ondersteunen naar werk. Van werkgevers om leiderschap te tonen door draagvlak en goede begeleiding op de werkvloer te creëren. En van migranten vraagt de veelal langdurige zoektocht naar werk om doorzettingsvermogen, blijvende inzet in (vak)taal en investeren in een relevant netwerk.
Zet gezinsmigranten op de radar van gemeenten
Er is een groot onbenut arbeidspotentieel onder gezinsmigranten van zo’n 100.000 personen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gezinsleden van asiel- en arbeidsmigranten, inclusief kennismigranten. Zij staan meestal niet goed op de radar van gemeenten omdat zij geen uitkering ontvangen. Gemeenten zouden meer moeten doen om dit onbenutte arbeidspotentieel in beeld te krijgen en deze groep naar werk te begeleiden. Het gaat hierbij vaak om vrouwen die (ook) zorgtaken hebben. Gemeenten kunnen hen benaderen via sleutelfiguren. Bij de begeleiding van deze groep moet de gezinssituatie worden betrokken.






