Advies geven lijkt op afstand een comfortabel vak. Je verzamelt kennis, voegt wat analyses toe, schrijft een paar verstandige aanbevelingen op en wacht tot de overheid wijzer wordt. Een beetje zoals een kleermaker: je verzamelt de juiste stoffen, fournituren en patronen, meet een klant goed in en zorgt dat er een maatpak komt dat jaren meegaat.

De praktijk is iets weerbarstiger.

De kleermakers van het openbaar bestuur

Sinds mijn betrokkenheid bij de RSJ groeit namelijk een besef dat adviseren vooral een kwestie van balanceren is. Adviezen zijn geen wetenschappelijke artikelen. Natuurlijk moeten ze stevig op kennis rusten, maar vervolgens begint het echte werk: normen wegen, waarden expliciteren en aanbevelingen formuleren die zowel principieel als bruikbaar zijn. Een advies moet niet alleen gelijk hebben, het moet ook ergens landen.

Juist daar ontstaat soms ongemak.

Vroeger had de RSJ een reputatie van activisme. Dat jasje hebben we uitgetrokken. Maar wat trek je er vervolgens in de plaats voor aan? Het alternatief mag geen keizer-zonder-klerenconstructie worden: elegante formuleringen die uiteindelijk nergens toe leiden.

Trouw blijven aan fundamentele waarden

Wanneer ik beleidsreacties van bewindspersonen lees, voel ik de worsteling met de politieke werkelijkheid regelmatig bijna letterlijk door de tekst heen. Dat roept bij mij soms verontwaardiging op, maar vaker een mengeling van zorg en empathie. Dan besef ik dat het nog niet zo gemakkelijk is een advies te formuleren dat trouw blijft aan fundamentele waarden zonder activistisch te worden. Hoe doe je aanbevelingen die politiek uitvoerbaar zijn zonder je normatieve kompas kwijt te raken?

Professor doctor Alyt Damstra omschreef dit treffend als de evenwichtskunst tussen distantie en betrokkenheid. Te veel afstand maakt een advies irrelevant; te veel betrokkenheid tast de onafhankelijkheid aan. Een adviesraad moet kritisch genoeg zijn om gezag te hebben en betrokken genoeg om gehoord te worden.

Dat klinkt overzichtelijk, totdat de praktijk zich aandient.

Ongemak heeft invloed op de toon

Departementen zien betrokkenheid soms vooral als behulpzaamheid. Oftewel: kunt u nog even de gaatjes in dit wetsvoorstel dichtmaken? Maar een adviesraad is geen naaiatelier voor de losse naden van beleid. Soms schuren wetsvoorstellen simpelweg te veel met fundamentele normen rond rechtsstaat en humaniteit. Dan groeit het ongemak. En ongemak heeft invloed op de toon. Dan kan de toon activistischer worden.

Dat zie je bijvoorbeeld in discussies over de jeugdzorg. Wanneer politieke wensdromen structurele problemen moeten oplossen met het dichtnaaien van een scheurtje hier en daar, groeit de behoefte om wat meer achter uit de keel te spreken. Niet uit activisme, maar uit zorg.

De toon van RSJ

Wat dat betekent voor de toekomstige toon van de RSJ? Daar bestaat geen patroon voor. Wel weet ik dat de Raad zal moeten blijven balanceren tussen distantie en betrokkenheid. Soms met een zachtere stem, soms met meer nadruk. Niet om politiek te bedrijven, maar om te voorkomen dat bestuurlijke voorzichtigheid verwordt tot politieke onmacht.

Tegelijkertijd zou de overheid zelf ook eens anders kunnen kijken naar advisering. Nederland telt op dit moment zeventien vaste adviesraden die samen vrijwel het volledige terrein van de overheid bestrijken. Toch verschijnen met regelmaat nieuwe commissies, tijdelijke raden en externe consultants, vaak tegen aanzienlijke kosten.

Kleermakers van het openbaar bestuur

Misschien ligt de oplossing dichterbij dan gedacht. De adviesraden zijn er al. Zij zijn, om in de beeldspraak te blijven, de kleermakers van het openbaar bestuur. De uitdaging is niet om telkens nieuwe kleding te kopen bij fast-fashionzaken, maar om je als overheid een goed pak te laten aanmeten bij kleermakers die hun vak verstaan. Of om soms zelfs een tweedehands pak op te laten knappen. Dat is duurzamer en uiteindelijk ook goedkoper.

Op 1 januari gaat de RSJ verder op de ingeslagen weg onder leiding van een nieuwe algemeen voorzitter. Ik dank alle voorzitters van andere adviesraden voor de goede en open discussies die wij mochten hebben in de afgelopen vijf jaar.

Han Moraal
Algemeen voorzitter RSJ

Lees ook de vorige gastcolumn (WKR en Raad voor Energie): De sterke veranderingen in het energiesysteem