Op 5 maart 2026 maakte de Raad voor Cultuur in een advies bekend welk immaterieel erfgoed kansrijk is om te worden opgenomen op de ‘Representatieve lijst van cultureel immaterieel erfgoed van de mensheid’. Het gaat om een breed palet van vijf zogeheten ‘erfgoedelementen’ die worden beoefend in Nederland. Het is aan de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert om een besluit te nemen over de voordracht ter nominatie bij UNESCO in 2027. De raad maakte de voorselectie op verzoek van haar ambtsvoorganger.

Immaterieel erfgoed wordt beoefend, geborgd en gekoesterd door mensen en blijft zich met de tijd mee ontwikkelen.

Immaterieel erfgoed is levend erfgoed. Het wordt beoefend, geborgd en gekoesterd door mensen en blijft zich met de tijd mee ontwikkelen. De opname op UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het cultureel immaterieel erfgoed van de mensheid’ biedt een belangrijke vorm van erkenning en daarmee borging en bescherming. Voor de nominatieronde van 2027 selecteerde de raad vijf zeer uiteenlopende, maar allemaal even kansrijke erfgoedelementen, variërend van festiviteiten tot ambachten en leefculturen.

Het gaat, in alfabetische volgorde, om:

  • De herdenking en viering van het Leidens Ontzet 1574
  • Heggenvlechten
  • Het Fanfareorkest
  • Pride Amsterdam
  • Woonwagencultuur

Hoe het werkt
Mensen bepalen zelf of iets tot hun immaterieel erfgoed behoort en of ze het willen aanmelden voor de ‘Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland’. Alleen erfgoed dat is opgenomen in deze inventaris mocht de raad in aanmerking nemen. Bovendien moesten de beoefenaars van het erfgoed zelf aangeven dat ze genomineerd willen worden. Het is verder noodzakelijk dat ze goed georganiseerd zijn en actief willen en kunnen bijdragen aan het eventueel samenstellen van een nominatiedossier.

Lees verder >>