Met belastingen, subsidies en omgevingsbeleid draagt de overheid bij aan dure landbouwgrond. Dit belemmert de verduurzaming van de landbouw. Grondbeleid moet op de schop voor een goede toekomst van het landelijk gebied. Dit stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in zijn advies ‘Grond voor verbetering: over de rol van grond in het landelijk gebied’ dat op donderdag 5 februari 2026 is overhandigd aan minister Femke Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Grondbeleid moet op de schop voor een goede toekomst van het landelijk gebied.

De prijzen voor agrarische grond in Nederland zijn hoger dan ooit en stijgen maar door. Dat komt door vraag vanuit de landbouw zelf en door de behoefte aan ruimte voor bijvoorbeeld wonen, bedrijven, defensie en natuuruitbreiding. Tegenover de hoge vraag naar grond staat een gering aanbod. Grondeigenaren houden grond liever in bezit als waardevast en fiscaal aantrekkelijk beleggingsobject. De stijgende prijzen zetten bovendien aan tot grondspeculatie, waardoor de grondmarkt steeds meer weg heeft van een loterij.

Er wordt veel geld geïnvesteerd in het landelijk gebied in woningbouw, energiewinning, defensie en uitkoop van boeren. Dat zorgt voor grondprijsstijgingen. Met subsidies en belastingvrijstellingen jaagt de overheid de grondprijzen verder aan. Hoge grondprijzen zetten aan tot te intensief gebruik van grond, bemoeilijken verduurzaming van de landbouwsector en herstel van de natuur. Geld gaat te veel in grond zitten, waardoor het niet beschikbaar is voor duurzame innovatie en de vernieuwing van het landelijk gebied.

De Rli adviseert om belastingvoordelen en subsidies voor landbouwgrond te hervormen, per gebied duidelijk te kiezen tussen scheiding of verweving van landbouw en natuur, en meer sturend op te treden in de grondmarkt.

Downloads & links