De overheid moet bij het maken en uitvoeren van beleid meer inzetten op het vergroten van de grip van burgers. Burgers moeten zoveel mogelijk kunnen beschikken over de middelen, mogelijkheden en rechten om hun levensdoelen te kunnen realiseren. Wanneer mensen onvoldoende grip op hun leven ervaren, kan dat leiden tot meer gezondheidsproblemen, eerder overlijden, meer maatschappelijk onbehagen, en mogelijk zelfs complotdenken.  Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport ‘Grip. Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle’ (30 novmeber 2023).

Vanuit het perspectief van grip naar beleid kijken leidt tot een beter begrip van maatschappelijke problemen en mogelijk nieuwe oplossingen

Naast bestaanszekerheid ook grip

De actuele focus op bestaanszekerheid is belangrijk, maar te beperkt. Burgers kunnen alleen omgaan met een zekere mate van onzekerheid wanneer zij voldoende grip op hun leven ervaren. Daarom moet de overheid niet alleen inzetten op het bieden van bestaanszekerheid, maar ook op het vergroten van de grip van burgers op hun leven. Zij moeten het gevoel hebben dat de dingen die zij belangrijk vinden in het leven – bijvoorbeeld een goede baan, een prettige woning, een betekenisvol sociaal leven – voor hen daadwerkelijk bereikbaar zijn. En dat als zij die dingen eenmaal hebben bereikt, ze deze ook kunnen behouden.

Dit vraagt naast voldoende inkomen bijvoorbeeld ook om goede toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt. En om mogelijkheden om werk en zorg te combineren door meer verlofvoorzieningen. Betaalbare woningen en toegankelijke hulp bij (financiële) problemen zijn ook belangrijk. Net als invloed op de ontwikkeling van de leefomgeving, bijvoorbeeld zeggenschap bij windmolenparken. Het vraagt ook om partijen die zo nodig voor burgers kunnen opkomen, zoals vakbonden en rechtshulpverleners.

De gevolgen van een gebrek aan grip

Uit onderzoek blijkt dat als mensen veel onzekerheid en weinig grip –  gedragswetenschappers spreken van ‘persoonlijke controle’ – ervaren, dat slecht uitpakt voor zowel individu als samenleving. Mensen die laag scoren op persoonlijke controle, zijn veel minder gelukkig en tevreden dan mensen die hoog scoren op persoonlijke controle. Ook  hebben zij een slechtere gezondheid en overlijden zij gemiddeld eerder. WRR-onderzoek laat ook zien dat een gebrek aan persoonlijke controle kan leiden tot meer maatschappelijk onbehagen. Bovendien zijn er steeds meer aanwijzingen dat mensen die zich bedreigd voelen in hun controle, vatbaarder zijn voor wij-versus-zij denken. En zij lijken eerder een voorkeur te hebben voor sterke leiders die het niet zo nauw nemen met de democratische regels.

Grip-denken

Vanuit het perspectief van grip naar beleid kijken leidt tot een beter begrip van maatschappelijke problemen en mogelijk nieuwe oplossingen. Bijvoorbeeld:

  • Een nieuw perspectief op sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Voor het aanpakken van sociaaleconomische verschillen in gezondheid zijn informatie en specifieke preventieprogramma’s alleen ontoereikend. Gezondheidsverschillen kunnen namelijk voor een flink deel worden verklaard doordat mensen met een lage SES (Sociaal-economische Status) beduidend minder grip op hun leven ervaren. Die relatieve machteloosheid tast letterlijk de mentale en fysieke gesteldheid van mensen aan, met als gevolg dat zij korter leven. Een betere gezondheid voor mensen met een lagere SES vraagt dus ook om meer mogelijkheden, middelen en rechten voor grip.
  • De schaduwzijden van meer burgerparticipatie. Als de politiek meer wil inzetten op burgerparticipatie, moet dat niet in de plaats komen van de traditionele representatieve democratie, maar kan dat alleen aanvullend daarop zijn. Meer nadruk op burgerparticipatie betekent namelijk minder grip voor groepen die niet de tijd of capaciteiten hebben om effectief hun stem te laten horen in zulke trajecten. Deze groepen zijn waarschijnlijk meer gebaat bij (politieke) vertegenwoordigers die effectief opkomen voor hun belangen.
  • Aansprekende en solide regeringsplannen. Veel bronnen van onzekerheid vragen om een collectieve aanpak. Dit betekent dat als de regering het maatschappelijk onbehagen wil tegengaan, zij voor de grote opgaven van deze tijd – ruimtelijke ordening, migratie, klimaatverandering – aantrekkelijke en solide plannen moet durven maken. Dat soort plannen zijn niet alleen als zodanig wenselijk, zij kunnen ook het gevoel van collectieve controle vergroten en daarmee helpen onbehagen tegen te gaan.
Zie ook